maandag 23 december 2013

Eigen ‘hypocaustum’ is goud waard

Tweeduizend jaar geleden veroverden de Romeinen het tegenwoordige Zuid-Limburg, dat vervolgens ruim vier eeuwen deel uitmaakte van het Romeinse rijk. Tijdens een bezoek aan het Thermenmuseum in Heerlen zag ik hoe het leven van de toenmalige bewoners daardoor ingrijpend veranderde.

Veroverd
De Romeinen veroverden het gebied tussen Maas en Rijn op de Eburonen. Julius Ceasar (100-44 v. Chr.) maakte korte metten met deze Gallische stam, toen die tegen de Romeinen in opstand kwam onder leiding van hun leider Ambiorix (zijn beeld staat in Tongeren).
Aan enkele eeuwen van relatieve rust, de ‘pax romana’, maakten Germaanse stammen in de derde eeuw na Chr. drastisch een einde. Dat ging gepaard met grootschalige plunderingen. Uiteindelijk trokken de Romeinen zich terug en bleef er een ontwrichte samenleving achter.

De verovering door de Romeinen bracht veel veranderingen met zich mee, bijvoorbeeld in de landbouwproductie. De Germaanse bevolking was tot de komst van de Romeinen zelfvoorzienend. Aan de noordelijke grens van het Romeinse rijk, langs de Rijn, werden evenwel Romeinse legioenen gestationeerd, zo’n 20.000 soldaten op minder dan 100 kilometer afstand van Zuid-Limburg. Om al die monden te voeden, moest de lokale bevolking veel meer gaan produceren. Dankzij de vruchtbare lössbodem slaagden de boeren van Zuid-Limburg daar wonderwel in.

Deze ontwikkeling brengt mij op de filosofie van de Engelse filosoof John Locke (1632-1704). In zijn tijd werden de ‘gemene gronden’, de gemeenschappelijke landbouwgronden van de dorpsgemeenschappen, onteigend door de Engelse landadel. Locke voert als rechtvaardiging daarvan aan dat de wolproductie daardoor toenam (enigszins zoals de landbouwproductie in Zuid-Limburg toenam onder de Romeinse overheersing). Het in bezit nemen van land van wie het braak laat liggen is volgens die gedachtegang rechtvaardig. De landadel bewerkte immers het land en had daarom het recht om dat in bezit te nemen. Hans Achterhuis beschrijft deze filosofie in “De utopie van de vrije markt” (2010) als een soort prelude op het hedendaagse neoliberalisme. In de Romeinse tijd was verovering tijdens een oorlog dé manier om aan bezit te komen – in vergelijking daarmee stond de commercie minder in aanzien. Ik kom hier in een latere blogpost wellicht nog op terug.

De vicus (ruraal centrum) Coriovallum (Heerlen) ontstond op het kruispunt van twee hoofdwegen, de Via Belgica (Keulen-Bavay) en de heerweg tussen Trier en de legerplaats Xanten (Aken-Xanten). In het Noord-Franse Bavay vertakte de Via Belgica zich, noordwestelijk naar Boulogne en zuidelijk naar Soissons en Reims. 

Hypocaustum
Zuid-Limburg was een aantrekkelijke regio voor de Romeinen, vanwege de vruchtbare lössbodem, het overvloedig aanwezige water en het voorkomen van allerlei soorten natuursteen.

Dankzij de ‘pax romana’ komt de regio tot bloei. Landbouw en handel floreren, de bevolking groeit en er ontstaan dorpen en steden, met name Heerlen en Maastricht. In Coriovallum vestigden zich opmerkelijk veel pottenbakkers, die gebruikmaakten van de klei die vlakbij te vinden was. Zij produceerden aardewerk voor de hele regio.

De inheemse bevolking neemt typisch Romeinse gebruiken over, wat zich met name uit in de huizenbouw. De Romeinse bouwstijl was compleet anders dan de inheemse stijl die gekenmerkt werd door huizen van vergankelijk materiaal, zoals hout, wilgentenen, leem en riet.
De Romeinen hebben een voorkeur voor onvergankelijke materialen: natuursteen, gebakken klei (dakpannen) en beton, dat door de Romeinen werd uitgevonden. In plaats van boerderijen met één grote binnenruimte beschikten Romeinse huizen over verschillende vertrekken, soms voorzien van decoratieve elementen, zoals fresco’s of mozaïekvloeren (de typisch Romeinse ‘villa’). Dit alles in de beste tradities van de Romeinse architect Vitruvius (ca. 85-20 v. Chr.).

In Coriovallum ontstond een badhuis, de thermen. Het Thermenmuseum is als een conserverende stolp over de restanten daarvan heen gebouwd. Dit badhuis van 50 bij 50 meter, dat ook een ontmoetingsplek was voor de plaatselijke bevolking, werd uitgerust met een ingenieus systeem voor vloer- en wandverwarming.



Dit is het hypocaustum-systeem (zie afbeelding). Een verwarmd vertrek heeft twee vloeren. De onderste bestaat uit grote tegels met daarop stapels kleinere tegels. Daarop worden grote tegels gelegd. Zo ontstaat een tweede, zwevende vloer, die met een laag beton wordt afgewerkt. In de muur worden holle pijpen van gebakken klei gemetseld, met daarin gaten. Zo ontstaan kanalen waar warme lucht door stroomt. Het enige dat nog nodig was voor warme voeten (en badwater) was een goed houtskoolvuur.

Verandering van spijs doet eten
De veranderingen blijven niet beperkt tot de huizenbouw. Ze hebben ook betrekking op religie, rituelen rond de dood, de kleding en het eten.

Zo kwamen bij de Germanen vooral peulvruchten, granen, kool en knolgewassen op tafel; rundvlees was populair en wat graan betreft ging de voorkeur uit naar gerst en gierst.
De Romeinen introduceerden walnoten, tamme kastanjes, pruimen, eieren, kippenvlees en een heel assortiment kruiden, zoals dille en koriander. Andere etenswaren werden geïmporteerd, zoals olijven, wijn en vijgen. De Romeinen waren dol op varkensvlees en wat granen aangaat hadden ze liever spelt. 

Recept voor flamingo
Ik sluit af – waarschijnlijk net te laat met het oog op Kerst – met een recept uit een Romeins kookboek, dat werd geschreven voor Apicius (wat zoiets betekent als ‘luxe lekkerbek’):

Pluk en was de flamingo, bind hem op en leg hem daarna in een ketel. Doe er water, dille en azijn bij. Zodra de flamingo halfgaar is, komt er prei en koriander bij. Doe in een wrijfschaal peper, komijn, koriander, laserwortel, munt en wijnruit. Goed mengen. Voeg azijn en een dadel toe, samen met de flamingobouillon. Giet het kruidenmengsel over de flamingo in de ketel en dien op.
Op dezelfde manier kook je een papagaai. 

Vraag: wie weet een goede poelier? 

De website van het Thermenmuseum in Heerlen: www.thermenmuseum.nl.